Wat begon midden augustus…

Op vakantie, onder een stralende zon en het nachtelijk gebeuk van de Oceaan. Hartkloppingen, bij het ‘beklimmen’ van een helling geen adem meer hebben. Als een vis op het droge happen naar adem.

Terug thuis direct naar spoedopname. Na een periode van vele onderzoeken het resultaat ‘hartklepinsufficiëntie’. Een periode van wachten en nog meer onderzoeken breekt aan…

Het wachten deed zijn werk: ik kon wennen aan het idee om een hartoperatie te moeten ondergaan, ik kon tijdelijk afscheidnemende gesprekken doen met cliënten, ik bekwaamde me ondertussen in rusten en te voelen wat mijn lichaam in deze fase nodig had.

Ik heb veel nagedacht over mijn existentie. Hoe ik op dat moment bestond, met al de beperkingen die dat meebracht. Mijn angst om niet meer wakker te worden, het leven niet meer te kunnen leven. Wat ik zou achterlaten en welk verdriet hiermee gepaard ging. Mijn verdriet toelaten, in stilte en alleen-zijn, heeft me geholpen mijn angst onder ogen te zien en te onderzoeken wat ik hierbij nodig had.

Het weekend voor de ingreep ging ik nog naar het congres, wat zeer deugddoend was. Onder collega’s zijn, en me niet enkel de hartpatiënt voelen maar ook de therapeut.

De dagen en weken na de ingreep waren zeer pijnlijk. Ik kwam als het ware in een pijnlijke cocon terecht: je bent alleen met je pijn en je ademhaling bezig.

En in die cocon was en is het deugddoend om te ervaren dat ik omringd ben.